1 euro krediet voor elke extra euro spaargeld tussen 2007 en eind 2012

De voorbije jaren was de groei van de kredietverlening door de financiële sector aan ondernemingen, gezinnen en overheden sterker dan de groei van de gehele economie. Elke extra euro spaargeld die werd opgehaald, werd omgezet in minstens een euro krediet. Tussen eind 2007 en eind 2012 kreeg de economie een injectie van 87,5 miljoen EUR. In totaal stond er door die injectie aan bijkomend krediet op het einde van vorig jaar zelfs voor om en bij de 393 miljard EUR aan leningen uit.

Kredietverlening

Sinds de financiële crisis van 2007 heeft de kredietverlening in België een gestage groei gekend. Het volume aan kredieten aan gezinnen, ondernemingen en overheden is eind 2012 met respectievelijk 20,2%, 31,5% en 34,8% gestegen tegenover eind 2007. Door die stijging bereikten de volumes in de drie kredietsegmenten historische pieken in de loop van 2012.

Dat bewijst dat de financiële instellingen de eerste van hun drie kerntaken ook in de moeilijke jaren na de financiële crisis steeds ter harte hebben genomen, ondanks de verstrenging van de regelgeving en het feit dat ze volop bezig waren hun balansen af te bouwen, hun hefbomen te verkleinen (deleveraging) en hun eigen vermogen te verhogen. Ze deden dat vooral door hun blootstelling op het buitenland te verminderen, maar bleven volop de economie financieren, onder meer dankzij de goedkope financiering via de brede depositobasis.

Ook de Nationale Bank van België bevestigt trouwens, in haar jaarverslag over 2012, dat de banken hun rol als financier van de economie uitstekend hebben vervuld. De toezichthouder specifieert dat de instellingen zich terugplooien op hun kernactiviteit, namelijk het omzetten van deposito’s in kredieten. Op pagina 50 van het rapport staat te lezen:
“In België zetten de kredietinstellingen de sedert het uitbreken van de financiële crisis begonnen herstructurering van hun balans voort. In 2012 verminderden ze met name hun vorderingen op de perifere landen van het eurogebied. Terzelfdertijd spitsten ze zich opnieuw toe op hun intermediatieactiviteiten in België en op hun strategische markten: de bij de retailcliënten aangetrokken deposito’s namen toe en de kredietverlening bleef over het geheel genomen gehandhaafd.”

Studie naar het belang van deposito’s voor de Belgische economie en de relatie tot de financiële crisis

Professor Nancy Huyghebaert van de KU Leuven trekt vergelijkbare conclusies in haar ‘Studie naar het belang van deposito’s voor de Belgische economie en de relatie tot de financiële crisis’. Die bestudeerde de interactie van deposito’s en kredietverlening met bepaalde externe variabelen, zoals de conjunctuur, de inflatie of de volatiliteit van de markten. Ook uit dat onderzoek blijkt dat de banken sinds 2007 volop krediet hebben verleend, in steeds toenemende mate binnen de eigen landsgrenzen (zie: Hoe spaardeposito’s de Belgische economie oliën).


Uit de studie blijkt ook dat die kredietverlening voor een belangrijk deel gerealiseerd werd met behulp van de stabiele financiering van banken via de Belgische spaardeposito’s, en dat de interbancaire financiering fors werd teruggeschroefd. Dat zorgt ervoor dat de financiële instellingen stabieler en autonomer zijn.

Een te grote afhankelijkheid van marktenfinanciering bleek immers wereldwijd bepaalde financiële instellingen in liquiditeitsproblemen gebracht te hebben in 2007 en 2008. In het klimaat van wantrouwen van die periode droogde de interbancaire financiering namelijk pijlsnel op, waardoor bepaalde instellingen niet meer konden voldoen aan hun betalingsverplichtingen op de financiële markten. Toen werd duidelijk dat interbancaire financiering in een vertrouwenscrisis sneller in het gedrang komt dan het stabielere depositovolume.

Precies omdat spaardeposito’s voor stabiele financiering van de banken gezorgd hebben tegen een redelijke prijs, heeft de financiële sector de economie de voorbije maanden ook tegen een lage kostprijs kunnen financieren.

Lage rentevoeten

Zowel particulieren als ondernemingen lenen in België tegen uitzonderlijk lage rentevoeten. De prijs voor een ondernemingskrediet is eind 2012 bijvoorbeeld teruggevallen tot het laagste niveau ooit: in de maand december 2012 bedroeg de gemiddelde gewogen intrest op nieuwe bankkredieten aan Belgische ondernemingen 2,92% volgens de Europese Centrale Bank (ECB). Dat percentage is intussen naar 2,98% gestegen. In 2006 ging dat percentage nog richting 6% uit.

De Belgische rentetarieven zijn ook veel lager dan die van de banken in de ons omringende landen. Het verschil in kostprijs kan zelfs oplopen tot meerdere percenten. Dat is te danken aan het grote depositovolume, maar ook aan het gediversifieerd Belgisch bankenlandschap, dat de concurrentie onder de verschillende spelers aanwakkert.

De vraag is of die lage rentetarieven in de toekomst houdbaar zullen blijven. De lage rente is onder meer een gevolg van de grote en relatief stabiele depositobasis in België (zie: Hoe duurzaam is het Belgische spaarvolume?), maar ook van de lage referentierentes die de Europese Centrale Bank (ECB) hanteert. Die lage referentierente van de ECB maakt integraal deel uit van het relancebeleid van de Europese Unie, die erop rekent dat de goedkope kredieten de economische groei vanzelf weer zullen aanzwengelen. Maar ze is niet voor eeuwig gegarandeerd (zelfs niet eens voor de looptijd van de kredieten die banken uitschrijven).


Behalve door een wijziging van de referentierente van de ECB, worden de lage rentetarieven op kredieten ook bedreigd door vaak goedbedoelde initiatieven die onbedoelde effecten sorteren. Een voorstel als dat over de Livret B, bijvoorbeeld, dat in de herfst van 2012 op de politieke tafel lag, is daar exemplarisch voor.

Het Livret B-idee hield in dat er een speciaal spaarboekje gecreëerd zou worden, waarop de bank een rente zou betalen die evenveel opbrengt als de notionele intrestaftrek (NIA) voor bedrijven. Het geld dat via zo’n boekje opgehaald werd, zou enkel gebruikt mogen worden voor kredietverlening aan KMO’s, zelfstandigen en gezinnen. Een ongetwijfeld goedbedoeld initiatief, dat een maatschappelijke nood had kunnen dienen. Maar het initiatief zou ook de prijs van kredietverlening opgedreven hebben: een bank die geld moet ophalen via een spaarboekje dat de bank al 3,5% kost, zal namelijk nooit geld kunnen uitlenen voor minder dan 3%, zoals zij dat vandaag doet.