Basel in het kort

Basel I

  • Basel I is een set van internationale bankenregels, opgesteld door het Baselcomité in 1988. Deze regulering legde vanaf 1992 minimale kapitaalsnormen op aan financiële instellingen.
  • Banken die internationaal actief waren, moesten verplicht minimaal 8% eigen vermogen aanhouden tegenover hun uitstaande risicogewogen activa (RWA). Deze activa kregen een weging tussen de 0% tot 100%, afhankelijk van hun indeling in 5 categorieën.
  • Naargelang de activa minder of meer risico inhield, moesten de banken 0% (in feite 0% van 8%) en de 8% (in feite 100% van 8%) eigen vermogen aanhouden tegenover de waarde van de activa. In Basel I kreeg overheidsschuld een risicoweging 0 mee, de meeste bedrijfsschuld kreeg risicoweging 100.

Basel II

  • Basel II introduceerde 3 pijlers:
    • pijler I: minimale kapitaalsvereisten
    • pijler II: supervisory review (de toezichthouder kreeg onder meer de mogelijkheid om de kapitaalvereisten aan te passen in functie van het profiel van de financiële instelling)
    • pijler III: marktdiscipline door meer informatieverstrekking vanwege banken
  • De nieuwe regels voegden ook enkele elementen toe aan (onder meer) de risicoweging van Basel I.

Basel III

  • De nieuwe regulering bevat twee belangrijke nieuwe criteria, vooral gericht op het versterken van de kwaliteit van het kapitaal en de liquiditeit van de banken.
  • Minimaal 4,5% van het minimumkapitaal van 10,5% dat een bank moet aanhouden, is kernkapitaal (common equity tier 1: kapitaal van de hoogste kwaliteit). Dat is meer dan een verdubbeling in vergelijking met Basel II. Daarbovenop moet een bank 1,5% aanvullende tier 1 en 2% tier 2 aanhouden. Er worden ook extra stootkussens ingevoerd onder de vorm van een kapitaalconserveringsbuffer van 2,5% en een anticyclische buffer die tussen de 0 en de 2,5% kan variëren. Voor systemische financiële instellingen komt daar nog een bijkomende kapitaalbuffer bij.
  • De liquiditeit wordt gemeten aan de hand van:
    • de liquidity coverage ratio (LCR). De LCR bestaat uit een reeks criteria om in te schatten of een bank een stresssituatie van 30 dagen zal kunnen overleven op het vlak van liquiditeit (onmiddellijk beschikbaar kapitaal).
    • de net stable funding ratio (NSFR). De NSFR is een maatstaf die de financiering van de banken beter in lijn probeert te brengen met de looptijden van hun activa (onder meer de kredieten die ze uitschrijven of de obligaties die ze op de balans hebben). De NSFR probeert banken te stimuleren om voldoende stabiele financiering aan te houden en op die manier hun stabiliteit te verhogen.