Boordtabel van de fiscaliteit op spaar- en investeringsproducten

In het kader van de strategische agenda poogde Febelfin de fiscaliteit op spaarproducten in kaart te brengen, zowel voor de banken als voor de verzekeringen, asset managers als obligatie- en aandelenmarkten. Uit de oefening bleek dat er op àlle spaarproducten belastingen worden geheven. Soms zijn dat directe, maar soms ook indirecte heffingen.

De fiscaliteit op spaarproducten vergelijken, en bij uitbreiding de weerslag op het rendement van die producten, blijkt echter een moeilijke opgave. In de eerste plaats omdat de belastbare basis voor de heffingen verschilt, maar ook omdat rotatie, rendement en risico van de verschillende producten soms ver uit elkaar liggen. En die drie variabelen hebben een directe impact op de fiscaliteit van de producten.

Toch kwam Febelfin in haar onderzoek tot enkele belangrijke vaststellingen.

  1. Alle financiële producten worden belast, ten voordele van de Belgische staat.
  2. Zowel het karakter als het niveau van de heffingen kunnen fel variëren.
  3. Financiële producten worden altijd belast, ook als ze geen rendement opleveren.
  4. Omdat de producten zo sterk van elkaar verschillen, zowel qua type, qua functioneren als qua risicogehalte, is een level playing field tussen de producten creëren niet vanzelfsprekend.