De spaarder wordt voldoende beschermd

De maatregelen zijn uitgedacht om de banken beter te controleren en de spaarders te beschermen als risico’s zich tegen de verwachtingen in toch zouden manifesteren. U heeft al over verscheidene preventieve maatregelen kunnen lezen.

  • Strengere kapitaalregels, strakker toezicht en intensievere interne risicoprocedures verhinderen dat banken in moeilijkheden zouden raken.
  • De nieuwe regelgeving voor banken geeft toezichthouders de armslag om in te grijpen bij banken die teveel risico's zouden nemen.
  • Het single supervisory mechanism haalt het toezicht van onder nationale vleugels weg, en tilt het op een Europees niveau.

Crisismanagement

Als het ondanks die vele voorzorgsmaatregelen toch nog mis zou gaan, treedt een hele reeks maatregelen voor crisismanagement in werking. Ook die regels zijn op het Europese niveau afgedwongen. Eventuele reddingen van banken worden namelijk best op Europese schaal geregeld. Dat is immers de efficiëntste manier om te zorgen dat banken in de problemen niet meteen leiden tot ontsporende staatsschulden in de lidstaten waar ze gevestigd zijn.

Tot de maatregelen voor crisismanagement behoren onder meer:

  • een overname van het bestuur van de bank door de overheid
  • de verkoop van een deel van, of zelfs alle activa aan een andere bank
  • een bail-in-regeling

Zo'n bail-in zorgt dat bepaalde schuldeisers van de bank aangesproken kunnen worden om tussen te komen bij de redding van een bank in moeilijkheden. In zo'n geval worden eerst de aandeelhouders aangesproken. In principe volgen daarna de obligatiehouders, vervolgens de langetermijnschuldeisers. Als dat niet zou volstaan, kan in uitzonderlijke gevallen ook de inleg van spaarders boven de 100.000 EUR worden aangesproken.

Dat laatste mag echter alleen maar gebeuren in uitzonderlijke gevallen, en als alle andere mogelijkheden uitgeput zijn. Het spreekt vanzelf dat er daarbij niet geraakt kan worden aan de 100.000 euro per bank en per rekeninghouder, die onder de deposito­garantie valt.

Voor de stabiliteit van het systeem is het echter van levensbelang dat impact op spaargeld zoveel mogelijk vermeden wordt. Dat is trouwens helemaal gelukt tijdens de crisis: we hebben de zwaarste crisis sinds de Grote Depressie doorworsteld, maar geen enkele spaarder heeft daar spaargeld aan verloren.

Preventief het crisismanagement regelen, was nodig om de samenleving te vrijwaren als er zich schokken in het financieel systeem zouden voordoen. De regeling moest op Europees niveau gebeuren om de conceptie- en weeffout te herstellen die bij de oprichting in de constructie van de Europese Unie geslopen was. Die constructiefout legde de kiem voor de onverbreekbare band tussen staten en hun banken, die rechtstreeks leidde tot de staatsschuldencrisis van 2011. De werf van de bankenunie probeert die constructie- en weeffout recht te zetten en de interdependentie tussen banken en staten te doorbreken.

Scheiding tussen zakenbanken en retailbanken

Vanuit de publieke en politieke wereld wordt echter de vraag gesteld of deze maatregelen zullen volstaan, en of het niet opportuun zou zijn om de financiële instellingen zo te reorganiseren dat de ‘risicovolle’ activiteiten gescheiden worden van de traditionele deposito- en kredietactiviteit. Zo’n scheiding zou helpen vermijden dat mogelijke verliezen binnen de zogenaamde speculatieve activiteiten de deposito’s van de spaarder treffen.

Overal in de wereld werden er voorstellen gelanceerd om depositobanken te scheiden van investeringsbanken. De Volcker Rule perkt in de Verenigde Staten de activiteiten van financiële instellingen in, de Dodd-Frank Act legt er de omvang van de instellingen aan banden. In Groot-Brittannië buigt het Vickers Report zich over een mogelijke splitsing van retailbanken en zakenbanken (naar Angelsaksisch voorbeeld). Ook in België is een vorm van splitsing voorwerp van politieke discussie.

Onlangs uitte het Internationaal Muntfonds (IMF) nog zijn bezorgdheid over die panoplie aan initiatieven. Het IMF stelde duidelijk voorstander te zijn van een gemeenschappelijke benadering, die beter zou werken dan de ongecoördineerde maatregelen die vandaag her en der op stapel staan en die volgens het Muntfonds de efficiëntie van het financieel systeem zouden kunnen doen verslappen. Het zou niet tot leiden tot een stabieler internationaal financieel systeem, maar juist tot een meer gefragmenteerd, en daardoor minder veilig bankenlandschap.

Ook in België duikt het idee van een scheiding tussen zakenbanken en retailbanken op gezette tijden op. U kon hierboven al lezen dat zo’n scheiding de Belgische economie zou kunnen schaden, omdat de zakenbankactiviteiten in België wel degelijk onze exportgerichte, open KMO-economie dienen. U kon ook lezen hoe de zogenaamd speculatieve activiteit in Belgische banken erg beperkt is, of hoe de spaarder in België al behoorlijk goed beschermd is.

Om al de bovenstaande redenen is de financiële sector overtuigd dat een scheiding tussen zakenbanken en retailbanken niet nodig is, maar dat ze integendeel de economische ontwikkeling van ons land zou kunnen schaden. Febelfin is daarom voorstander van een gediversifieerd bancair landschap met plaats voor zowel nichebanken als universele banken. Dat is namelijk het bankenmodel dat het best beantwoordt aan de wensen van mens, samenleving en economie in België.

De Nationale Bank van België, die in naam van de federale regering onderzocht of structurele hervormingen van de Belgische financiële sector wenselijk zijn, deelt die mening. In haar tussentijds rapport van 6 juli 2012 stelt de NBB niet gewonnen te zijn voor het idee om een splitsing van zakenbanken en retailbanken in België door te voeren, onder meer door de bijzondere diversiteit van het Belgische financiële landschap. De NBB werkt op dit moment volop aan een later te publiceren definitief rapport.

De NBB stelt wel voor dat marktactiviteiten die als excessief beoordeeld worden, zouden onderworpen worden aan supplementaire kapitaalvereisten. Deze benadering is administratief inderdaad veel minder ingrijpend dan een pure splitsing. De financiële sector is dan ook bereid een constructieve dialoog te voeren over, bijvoorbeeld, de mogelijkheid tot extra kapitaalheffingen in het geval dat de activiteiten in trading een bepaalde grens zouden overschrijden.

De opbrengsten uit trading zijn momenteel sterk teruggeschroefd. De financiële sector is zich ervan bewust dat dit mogelijk ook aan de conjunctuur te wijten is. Dat is een van de redenen waarom hij zich wil engageren ontradende elementen zoals een extra heffing voor specifieke activiteiten in te bouwen en zo een terugkeer naar ongeoorloofde volumes tegen te gaan.