Wat is een gediversifieerd bancair landschap?

Gediversifieerd bancair landschap

Het best mogelijke bankenlandschap is een bankenlandschap dat op de best mogelijke manier tegemoet komt aan de noden van zijn klanten. Dat is het leitmotiv voor de Belgische banken.

Financiële instellingen dragen ook in België zeer grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ze hebben verschillende rollen te spelen:

  • ze zamelen spaargeld in en gaan daar verantwoord mee om
  • ze verlenen krediet aan gezinnen, ondernemingen en overheden
  • ze begeleiden (exportgerichte) bedrijven bij hun activiteiten
  • ze zorgen voor een veilige betaalinfrastructuur
  • ze zijn een kathalysator voor economische groei

De toegevoegde waarde uit zich op verschillende manieren. De directe lijn tussen de banken en de samenleving is die van de kredietverlening. Over de rol van de financiële sector in de kredietverlening kon u al uitvoerig lezen: elke bijkomende euro spaargeld werd tussen 2007 en 2012 omgezet in minstens een euro kredieten aan gezinnen, ondernemingen en overheden, waardoor de kredietvolumes de voorbije maanden op recordhoogtes piekten. Bovendien gebeurde de kredietverlening aan de laagste tarieven van heel Europa. Dat heeft de voorbije jaren duidelijk de economie gestimuleerd, en de toegevoegde waarde van de banksector voor de samenleving verhoogd.

Een minder zichtbare manier waarop de financiële sector toegevoegde waarde creëert, heeft echter te maken met de dienstverlening die hij aan de samenleving biedt, bijvoorbeeld door zijn distributiemodel of door de activiteiten die hij vervult.

Het distributiemodel van de banksector

Beginnen we bij het distributiemodel. In wezen kent Europa twee bancaire distributiemodellen. Bij het eerste, dat zo’n beetje de toestand van Scandinavië tot Nederland beschrijft, ligt de nadruk vooral op elektronisch bankieren. De dichtheid van de kantoren is er minder groot, en de consument staat voor vele van zijn bancaire taken zelf in. In het zuiden van Europa, zeg maar van Frankrijk tot aan de Middellandse Zee, regeert daarentegen een ander distributiemodel: daar zijn kantoren de norm, en heeft het bankieren een veel menselijker gezicht.

Het Belgische distributiemodel biedt voor de klanten in feite het beste van alle werelden. Er wordt zowel ingezet op een dicht kantorennet als op een groot aanbod van verschillende alternatieve kanalen om te bankieren (online banking, mobiele applicaties, enz.). De markt is hier bovendien zeer gediversifieerd: er zijn onlinebanken, nichebanken, kleine en grote banken, spaarbanken en universele banken, enz.

De consument vaart daar goed bij. Hij geniet van een breder dienstenaanbod dan in het noorden van Europa, met méér kantoren en mogelijkheden tot persoonlijk contact, maar ook met alle faciliteiten om 24 uur op 24, 7 dagen op 7 elektronisch te bankieren. Maar terzelfdertijd ligt de prijs voor die dienstverlening beduidend lager dan in de Zuiderse landen die een vergelijkbaar kantorennet aanbieden.

De vraag rijst echter ook of de financiële sector de komende jaren nog in staat zal zijn dit unieke retailmodel van brick (een uitgebreid kantorennet) & click (een belangrijk multikanalenaanbod) in stand te houden. Aan een model dat de consument het beste van alle werelden wil bieden, hangt namelijk ook een prijskaartje. De combinatie van een uitgebreid kantorennet én een uitgebreid multikanaalaanbod zorgen dat de kostprijs van bankieren in verhouding tot de omzet (de zogenaamde cost to income ratio) in België hoger ligt dan elders. Het is dan ook logisch dat de lage rendabiliteit van de sector ook het distributiemodel van de sector en de betaalbaarheid ervan voor de klant onder druk zetten.

Het moet duidelijk zijn dat het distributienet voor belangrijke uitdagingen staat. Het valt te verwachten dat het aantal kantoren daardoor verder zal dalen, net zoals de tewerkstelling binnen deze kantoren. De manier waarop en de mate waarin dat zal gebeuren, hangt echter af van het feit of aan de kritische voorwaarden voldaan kan worden om het huidige distributienet in een bepaalde vorm te behouden.

Belgische banken geloven nog altijd dat het huidige distributiemodel het best beantwoordt aan de noden van zijn klanten en van de economie, en het is dan ook de ambitie van de sector om de troeven van het veelzijdige Belgische distributiemodel te behouden. Om daarin te slagen, moet er echter aan een aantal voorwaarden voldaan worden:

  • er is een stabiel regelgevend kader nodig dat duidelijkheid verschaft op lange termijn (ook voor de fiscale behandeling van het spaarboekje)
  • de specifieke bancaire heffingen mogen niet meer toenemen
  • de financiële sector moet bijkomende inkomsten weten te generen uit het elektronisch betaalverkeer
  • de kosten van cash geld moeten gereduceerd worden
  • de inkomsten en opbrengsten van het multi-kanaalmodel moeten omhoog

Die voorwaarden moeten vervuld worden opdat het distributiemodel zoals we het kennen, intact zou kunnen blijven. De evolutie zal namelijk niet stoppen. Volgens een studie van het adviesbureau McKinsey in opdracht van de Europese vereniging voor Financiële Markten (EFMA) zal de verdere digitalisering van de samenleving en de financiële sector onvermijdelijk belangrijke veranderingen teweegbrengen in het distributienetwerk van de financiële instellingen:

  • consumenten zullen meer interageren met hun financiële instelling en minder via fysieke contactnames met hun bankkantoor
  • de bankkantoren zullen kleiner worden en bankmedewerkers zullen voornamelijk experten binnen een specifiek domein worden
  • transacties zullen voornamelijk geautomatiseerd worden

Het distributienet zal door die veranderingen geconfronteerd worden met enkele belangrijke uitdagingen: het formaat van de kantoren zal veranderen, het beheer van de kosten ook. Verder zullen de medewerkers op een andere manier aangestuurd en ingezet moeten worden, en zullen banken moeten leren om te gaan met de stringentere vereisten van de regelgevers. De bevindingen van McKinsey liggen trouwens in lijn met de conclusies van de studenten die een denkoefening in het kader van het Bank of the Future-project (zie: De Bank van de Toekomst).

Al dat studiewerk leert dus dat er te verwachten valt dat het aantal kantoren zal dalen, net zoals de tewerkstelling binnen deze kantoren. Alleen de manier waarop en de mate waarin dat zal gebeuren, staan nog ter discussie: dat hangt af van de voorwaarden en de randomstandigheden waarin die kantoren in de toekomst zullen moeten werken.

Het activiteitenmodel

Een belangrijk aspect van die voorwaarden en randomstandigheden zit vervat in de activiteiten die banken in de toekomst mogen en kunnen ontwikkelen. Het Belgische bankenlandschap is namelijk niet alleen sterk gediversifieerd door het distributiemodel dat de banken hanteren – alle combinaties van brick & click – maar ook door de waaier aan activiteiten die ze vervullen.

Tussen de 104 bij Febelfin geregistreerde banken zitten kleine en grootbanken, nichebanken, spaarbanken en universele banken. Elk van deze instellingen beantwoordt aan specifieke noden in bepaalde segmenten van de samenleving: krediet verlenen, bijvoorbeeld, maar ook advies verlenen bij beursgangen of private plaatsingen, het organiseren van indekkingsmechanismes tegen wisselkoers- of renterisico’s of het financieren van exportactiviteiten.

Laatstgenoemde taken maken het leeuwendeel uit van wat we in België onder de noemer ‘zakenbankieren’ klasseren. Zakenbankieren heeft in België maar weinig te maken met het zogenaamd speculatieve gedrag dat bepaalde, vooral Angelsaksische investeringsbanken verweten wordt. Het heeft integendeel alles te maken met de gezonde financiering van de Belgische KMO-economie.

Die KMO-economie staat in voor het leeuwendeel van de economische activiteit in België. Maar omdat België zo’n open economie is, zijn die kleine en middelgrote ondernemingen vaak erg actief op buitenlandse markten. Om hun activiteiten ten volle te kunnen ontplooien, hebben die KMO’s dus banken nodig die niet enkel activiteiten in retail aanbieden, maar ook toegang geven tot de kapitaalmarkten. Enkel op die manier kunnen de ondernemingen zich indekken tegen mogelijke schommelingen van bepaalde valuta of grondstofprijzen, die eigen zijn aan opereren op internationale markten. Alleen zo krijgen de ondernemingen broodnodige toegang tot de financiële markten voor kapitaaloperaties die hun groei kunnen financieren. Dat maakt de zakenbankactiviteiten in België tot een essentieel onderdeel van een gezonde economie.