Wat verstaat de sector onder ‘laag risico’?

Het heterogene bankenlandschap met zijn brede activiteitengamma is per definitie complex. Dat doet sommigen vrezen dat er risico’s in het systeem zouden kunnen sluipen die de stabiliteit van het financiële systeem zouden kunnen bedreigen. Daarom engageert de financiële sector in België zich in zijn strategische agenda om verder te blijven werken aan een laag risicoprofiel.

Een financiële instelling kan men definiëren als een onderneming die van de overheid de licentie heeft gekregen om, in de eerste plaats, het spaargeld van de bevolking aan te trekken en dat vervolgens op een verantwoorde manier uit te lenen. Het beschermen en beleggen van klantendeposito’s is een kernopdracht voor de financiële instellingen. Vertrouwen is daarbij een centraal gegeven.

Dat vertrouwen heeft een flinke knauw gekregen door de financiële crisis van 2008. De te grote aandacht voor de aandelenkoers en de korte termijn heeft in verschillende gevallen geleid tot onhoudbare groei- en winstdoelstellingen en tot het nemen van risico’s die in bepaalde gevallen moeilijk te beheersen bleken. De gevolgen van de crisis waren voelbaar voor de financiële instellingen, hun aandeelhouders, hun financiers en de gehele maatschappij.

Vandaag is de overdreven aandacht voor de korte termijn afgezworen bij de Belgische banken. Nu focust de financiële sector zich helemaal op het zich ten dienste stellen van mens, maatschappij en economie, meer dan op het behalen van winstcijfers. Het belang van de spaarder en de ontlener is daarbij cruciaal.

Dat betekent echter niet dat de financiële instellingen volledig risicovrij (kunnen) opereren. Ook elementaire bancaire activiteiten, zoals het verstrekken van krediet, houden bepaalde risico’s in. De financiële instelling is bijvoorbeeld nooit helemaal zeker dat de kredietnemer zijn lening tijdig en volledig kan afbetalen, noch dat de financiering die de instelling vandaag heeft, er tegen het einde van de looptijd van haar activa nog zal zijn tegen dezelfde prijs.

Bovendien is risico een relatief begrip. Wat is risicovol en wat niet? Voor de financiële crisis heerste de illusie dat een nulrisico mogelijk was, bijvoorbeeld voor staatsobligaties. De gebeurtenissen van de jongste jaren hebben echter aangetoond dat dat niet het geval was.

Dat banken risico’s zouden moeten mijden, is een van de tegenstrijdige eisen die de samenleving aan de financiële sector stelt: de financiële instellingen moeten goedkoop krediet verlenen zonder risico’s te nemen om die goedkope kredieten mogelijk te maken. Dat is praktisch niet haalbaar, want de eis gaat voorbij aan het feit dat kredieten verstrekken per definitie een vorm van risico inhoudt, en dat er tegenover dat risico ook een kostprijs staat.

Om ten volle haar rol te spelen als financier van de economie, moet een financiële instelling maatschappelijk nuttige en berekende risico’s kunnen nemen. Risico’s moeten echter wel zodanig gespreid worden dat ze beheersbaar blijven, opdat systemische risico’s vermeden zouden worden. Bankieren gaat in die zin niet over het vermijden van risico’s, maar over het beheersen ervan.

Op dat vlak zijn er belangrijke stappen gezet, zowel door de toezichthouder (zie: Toezicht en regelgeving zijn veranderd) als door de banken zelf (zie: De banken in België zijn veranderd).